Evolutie

Dr. T. N. Tahmisian van de Commissie voor Atoomenergie van de Verenigde Staten onderzocht de feiten en wond er geen doekjes om in zijn conclusie:

“Wetenschappers die overal leren dat evolutie een feit is, zijn grote oplichters, en het verhaal dat ze vertellen is misschien het grootste bedrog ooit. Bij het uitleggen van evolutie hebben we geen enkel benul van de feiten.”

Hetzelfde geldt voor professor Maciej Giertych, M.A. aan de Oxford Universiteit, Ph.D.(Toronto), D.Sc. (Poznan), professor in de genetica en hoofd van het Genetica Departement van de Poolse Academie van Wetenschappen aan het Instituut van Dendrologie in Kornik. Hij schreef:
“Mij is geleerd dat paleontologie een massa bewijzen levert voor evolutie. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat bewijzen ontbreken, niet alleen in de genetica maar ook in paleontologie, in sedimentologie, in dateringstechnieken, en in feite in alle wetenschappen.”

De Nederlandse bioloog drs. Ben Hobrink nam vroeger klakkeloos aan wat de evolutionisten hem voorschotelden. Na uitgebreid onderzoek naar bewijzen op alle mogelijke vlakken deed hij de ferme uitspraak:

“Ik geloof dat de bewijzen tégen de evolutie zo afdoende en overweldigend zijn, dat niemand een echte evolutionist kan zijn op grond van wetenschappelijke feiten, maar alleen op grond van filosofische voorkeur.”

Malcolm Muggeridge, een wereldberoemd journalist en tevens filosoof stelde zelfs: “Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de evolutietheorie, en vooral de mate waarin ze wordt toegepast, één van de grote grappen zal zijn in de geschiedenisboeken van de toekomst. Het nageslacht zal verwonderd zijn dat zo’n kwetsbare en dubieuze hypothese aanvaard kon worden op zo’n ongelooflijk lichtgelovige wijze.”

1859 – het moment dat Darwin zijn “On the Origin of species by means of natural selection” uitbracht.

Darwin ontdekte hoe er verschillende vinkensoorten waren binnen het grondtype ‘vink’ , ontstaan door het mechanisme van natuurlijke selectie. Op ieder eiland van de Galapagos Eilanden leefden vinken die er iets anders uitzagen. Binnen de vastomlijnde grondsoorten oftewel de genus (bijv. de vink, de leeuw, de hond) treden door mutatie, isolatie, degeneratie en recombinatie van genen kleine verschillen op. Variatie binnen het grondtype treedt enkel en alleen op door aanpassing of recombinatie van de al bestaande genen. Met Darwin’s ontdekking is bijna niemand het oneens. Echter, Darwin noemde dat wat hij ontdekte onder de vinkensoorten ‘evolutie’ – een misleidende term aangezien ze een opgaande ontwikkeling suggereert. En die opgaande, steeds beter wordende ontwikkeling is er niet, want micro-evolutie oftewel variatie binnen de grondsoort is gebaseerd op erfelijk verval (degeneratie). Wat Darwin dus evolutie noemde, was in realiteit variatie door erfelijk verval – precies het tegenovergestelde.

Er is een zeer belangrijke regel in de geneticaleer: moedersoorten zijn rijker aan genen dan hun dochtervarianten. Neem bijvoorbeeld de hond . Evolutionisten noemden in de geschiedenis de verschillende hondensoorten zoals tekkels en Sint-Bernards een voorbeeld van evolutie, omdat zij ontstaan zijn vanuit de wolf. In realiteit zijn honden hét voorbeeld van erfelijk verlies . Een tekkel heeft aanzienlijk minder genetische informatie dan de wolf! Hij is kleiner, gedegenereerd en kent een groot scala aan gebreken en lichamelijke zwaktes. Er is duidelijk genetisch verval opgetreden van generatie tot generatie. Het zou pas werkelijk evolutie zijn, als uit een tekkel een wolf zou ontstaan! Wat Darwin dus in basis ontdekte was genetische variatie en micro-evolutie (door genetisch verval). Geen opgaande ontwikkeling.

FEIT: De genetica van Gregor Mendel toonde aan dat moedersoorten altijd genetisch rijker zijn dan hun dochtervarianten. Wanneer een soort anders is dan zijn voorouders, komt dat altijd door een vorm van genetische verarming, bijvoorbeeld isolatie van slechts bepaalde genetische kenmerken van moedersoort, of degeneratie of genetische aantasting van de genen van de moedersoort.

Wordt vervolgd…