De onmogelijkheden van de evolutieleer

De evolutietheorie is breed aanvaard (dat is een meme – Een meme is een begrip uit de memetica en betekent een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt, en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon) en velen zijn van mening dat inmiddels bewezen is dat de aanwezigheid van leven verklaard kan worden als het resultaat van een langdurig, toevallig proces van mutatie en selectie. Desondanks zijn er in de theorie een vijftal ernstige zwakheden aan te wijzen.

De eerste zwakte is dat verondersteld wordt dat het toeval ordenende kwaliteiten bezit. Dit in tegenspraak met de natuurwetenschappen, die het toeval identificeren als ‘de grote chaoot’ die elke orde uiteindelijk omvormt tot een zo groot mogelijke wanorde. Zo zijn toevallige elektrische ontladingen weliswaar in staat uit methaan, ammoniak, waterstof en waterdamp aminozuren te vormen, maar het volgende moment kunnen nieuwe ontladingen deze bouwstenen voor het leven evengoed weer vernietigen. Hoe groter de gevormde moleculen, des te sneller dat gebeurt. Slechts door van buitenaf gericht in te grijpen, de aminozuren weg te vangen en over te brengen naar een andere ruimte – met achterlating van levensbedreigende stoffen als koolteer en blauwzuur die ook gevormd worden -, kan ‘oersoep’ worden bereid.

De tweede zwakte is dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen het proces van gen-combinatie en selectie (= natuurlijke of kunstmatige teeltkeuze) en het proces van gen-mutatie en selectie (= evolutie). De veranderingen die in de vrije natuur kunnen optreden in bijvoorbeeld de grootte van de snavel van vinken, de kleur van vlindervleugels of het vliegvermogen van het parachuutje van onkruid, worden aangevoerd als bewijs voor het bestaan van een continu proces van gen-mutatie en selectie, maar zijn gewoon het resultaat van natuurlijke teeltkeuze en kunnen in kunstmatige vorm waargenomen worden in elke vinken- of vlinderfokkerij en op elk gewasveredelingsbedrijf.

De derde zwakke plek is dat het veronderstelde mechanisme van voortdurend ontstaan en overerven van gen-mutaties slechts kan bestaan, indien mutatie en overerving eenvoudig kan plaatsvinden. In de levende natuur is alles er echter op gericht het toeval de voet dwars te zetten bij het verstoren van de orde in het DNA. De erfelijke informatie is in achtvoud (!) opgeslagen; speciale reparatie-eiwitten corrigeren voortdurend fouten; talloze hindernisraces zorgen er voor dat alleen de minst gedegenereerde exemplaren zich in leven kunnen houden en zich uiteindelijk kunnen voortplanten. Biotechnologen merken tot hun spijt dan ook voortdurend dat met veel creativiteit en geld aangebrachte gen-mutaties meestal niet overerfbaar zijn; en als ze het al zijn, dat ze dan dikwijls na enkele generaties weer verloren gaan.

De vierde zwakte is dat de theorie impliceert dat via talloze tussenstappen en tussenvormen geleidelijk de thans bekende organismen zijn ontstaan. Het fossiele materiaal toont echter de levende wezens vrijwel geheel zoals we die thans kennen. De te verwachten veelheid van tussenvormen ontbreekt.

De vijfde zwakte is dat evolutietheorie en geologie in een cirkelredenering met elkaar verbonden zijn: aardlagen worden met fossielen gedateerd en fossielen met aardlagen. Omdat de evolutietheorie het toeval een enorme tijd toemeet, worden ook de aardlagen als zeer oud gedateerd. Tal van gegevens wijzen echter op een jonge aarde: de nauwelijks afgekoelde bal van vloeibaar gesteente waaruit de aarde bestaat, en het dunne aardkorstje dat nog voortdurend in beweging is; het weinige meteorietenstof; de geringe uitspoeling van zouten in de oceanen; de dunne laag bezinksel op de oceaanbodem; etc. Een groot aantal geologische gegevens wijst bovendien op grote catastrofen waaraan de aarde heeft blootgestaan: de talloze massagraven van levende wezens, vluchtend voor water en daarna in een oogwenk begraven onder dikke aardmassa’s en gefossiliseerd; fossiele boomstammen die aardlagen verbinden waarvan verondersteld wordt dat ze miljoenen jaren na elkaar gevormd zijn; snelle klimaatsveranderingen; snelle dalingen of stijgingen van de zeespiegel; omkeringen van de polariteit van de aarde; etc. Van een zeer langdurige, geleidelijke ontwikkeling van het aangezicht van de aarde ontbreekt elk spoor.

Advertenties